Sint Jan bewoner Bart Jongedijk:

‘Ik kom uit Steenwijk, maar ik voel me een echte Udenaar!’

Sint Jan bewoner Bart Jongedijk ‘Ik kom uit Steenwijk, maar ik voel me een echte Udenaar!’

Foto + fotoserie onderaan: René Jetten

Tekst: Rob Vrolijk

Bart Jongedijk werd op 15 september 1931 geboren in Steenwijk, Overijssel. Zijn vader was eigenaar van een slachterij/groothandel in pluimvee, tamme konijnen en wild. Dat ging er overigens wel wat anders aan toe dan tegenwoordig: ‘Mijn vader ging wekelijks naar markten in Hoogeveen, Barneveld, Leeuwarden en kocht alles levend in. Rond twaalf uur kwam pa thuis met de dieren die hij had ingekocht. Daar stond het personeel al klaar om te beginnen met slachten. De dieren werden zó geslacht dat bloed en water ‘er af waren’ en alle ingewanden eruit. Dan werden ze in grote tenen manden verpakt en verzonden naar de verschillende klanten. Een groot deel werd om negen uur ’s avonds in Leeuwarden op de trein naar Amsterdam gezet en daar de volgende dag afgehaald door een ander bedrijf, dat ook voor de distributie in en om de hoofdstad zorgde.’

‘We waren thuis met drie jongens. Ik was de oudste, mijn broer Hendrik is van ’34 en mijn broer Piet is van ’37. Hendrik is op vierenzestigjarige leeftijd overleden aan prostaatkanker, Piet leeft ook nog steeds. Ik ben in 1943 van de lagere school naar de ULO gegaan. Het eerste jaar behaalde ik allemaal negens. Het tweede jaar stokte het op een gegeven moment omdat de Duitsers de school confisqueerden, dus dat jaar moesten we overdoen. Maar toen haalde ik plotseling allemaal onvoldoendes. In die tijd maakte je de opgaven in een schrift en legde dat in de kast bij de meester. Achteraf denk ik dat daar mee gerotzooid is, maar de bovenmeester was onverbiddelijk: ik moest het tweede jaar overdoen en daar had ik absoluut geen zin in. Mijn vader heeft nog geprobeerd om me over te halen om het wél te doen, maar uiteindelijk zei hij: “Nou, dan kom je toch gewoon bij mij in de slachterij werken.”’

 

Op Friese les

‘Ik was vijftien jaar oud en moest het vak van A tot Z leren. Dat duurde ruim twee jaar. Toen pas mocht ik mee de markt op om inkopen te doen. Ik weet het nog goed. Mijn eerste markt was in Wolvega, Friesland. Daar kreeg ik te maken met een boer die de kippen die bij wijze van spreken fl. 2,50 waard waren, voor een veel te hoge prijs aanbood. En wat ik ook deed, ik kreeg het niet onder de fl. 3,-. Ik zei nog tegen mijn vader “Laat ze maar kapotvallen die Friezen”. Maar mijn vader ging naar de man toe en kreeg ze voor fl. 2,50. Wat was het geval? Mijn vader sprak Fries en ik niet. Dus moest ik op Friese les.’

Het begin van de verkering

 Het begin van de verkering

‘Ongeveer in diezelfde tijd zat ik bij de muziekvereniging in Steenwijk als slagwerker. Mijn moeder zat samen met onder andere mijn toekomstige vrouw Tiny bij de zangvereniging. Die zangvereniging zou gaan deelnemen aan een concours, waarvoor het moeilijke stukken op het programma hand geyet. Er moest gestudeerd worden. Veel van die stukken hadden een lastige opmaat en aangezien ik ritmisch goed was, werd ik tijdens die repetities gevraagd om te tellen. Op de dag dat ze naar het concours gingen zeiden ze: “Maar Bart, jij gaat toch ook mee? Want jij hebt vanaf het begin alles meegemaakt”. Goed, ik mee. Nadat alle koren hadden gezongen,was het wachten op de uitslag. Toen zijn Tiny en ik een eind gaan wandelen en tijdens die wandeling voelde ik plotseling een handje in de mijne en zo is de verkering ontstaan. Vorig jaar waren Tiny en ik 66 jaar getrouwd en al 70 jaar bij elkaar.’

Een veranderende wereld

‘Na het vervullen van mijn militaire dienstplicht, had ik drie keuzes. Ik kon militair blijven, ik kon bij de recherche aan de slag of ik kon bij mijn vader in dienst komen. Ik koos voor het laatste. Dat is een hele tijd goed gegaan, tot begin jaren ’60. In die periode zeiden de boerenbonden tegen hun leden: “Je kunt meer verdienen als je de schaal aanzienlijk vergroot.” De bonden waren bereid om de boeren financieel te ondersteunen bij de bouw van de nieuwe en grotere kippenhokken. En vervolgens dachten die boeren, “ja, maar dan kunnen we zelf ook de slacht gaan organiseren”. Dat was funest voor onze handel. Wij slachtten 3000 kippen per dag, terwijl die boeren op een gegeven moment iedere dag met 16.000 op de markt kwamen. Toen zijn we gedwongen gestopt.’

Dramatische wending

‘In diezelfde periode wilde Tiny en ik tijdens de zomervakantie op de fiets naar een jeugdherberg in Putten. Geen denken aan dat wij samen in een tentje zouden slapen. In de jeugdherberg, met ieder een eigen kamer! Wij zouden ’s maandagsmiddags om twee uur bij de telefoon van de jeugdherberg staan, want mijn vader zou bellen. Er gebeurde niets, totdat de eigenaar van de jeugdherberg naar ons toe kwam: “Je vader heeft een ongeluk gehad. Laat de fietsen hier maar staan; ik zorg dat ze op de trein komen. Ik breng jullie wel naar Steenwijk.” Maar vlak voor Steenwijk stopte hij plots en zei: “Ik zal je het hele verhaal vertellen. Je ziet je vader niet levend terug.” Vader was in Amsterdam op weg naar een bovenzaal van de Bijenkorf voor een bijeenkomst met kippenhandelaren, toen hij zich plotseling niet goed voelde. Hij is een café binnengelopen om te vragen of hij even mocht bellen. Toen heeft de vrouw van één van de poeliers hem met de auto opgehaald en naar het Binnengasthuis gebracht. Hij is nog tot de wachtkamer gekomen, maar toen de dokter kwam, was hij al overleden. Hij was 48.’

Interviews

Naar Uden

‘Omdat ons eigen bedrijf was gestopt, solliciteerde ik in ’63 bij de Friki. Die hadden bedrijven in Boxmeer en Heerde. Ik werd uitgenodigd voor een gesprek met de personeelschef, maar werd niet aangenomen. Niet lang daarna echter benaderde een oude zakenrelatie mij met het verhaal dat hij een kippenslachterij in Uden begon. Of ik dat samen met zijn zoon wilde gaan leiden. Op 2 februari ben ik hier begonnen bij de Udense Pluimveecentrale, beter bekend onder de merknaam Pingo. Op 15 juni van datzelfde jaar kregen Tiny en ik een huis in de Valkenburgstraat. Bedenk wel: in die tijd moest je vanaf de Valkenburgstraat over een zandweg naar de markt! We kregen twee jongens en twee meisjes, en hebben inmiddels ook drie kleindochters en vier achterkleinkinderen!
‘In de begintijd hebben we Steenwijk enorm gemist. Je hebt er vaarten en meren, Giethoorn ligt “om de hoek”. In mijn jonge jaren gingen we met 3, 4 man altijd zeilen met zo’n punter. Groot zeil erop, de zijzwaarden uit en gaan met die schuit. Heerlijk. Zo’n boot huren kostte fl. 2,85 en dan voer er ook nog een mannetje rond in een roeibootje, die hief vermakelijkheidsbelasting. In de winter kon je op datzelfde uitgestrekte water hele afstanden schaatsen op noren, terwijl je in Uden hooguit rondjes kon draaien op botjes. Dat miste ik enorm in het begin, maar de heimwee sleet. Uden ontwikkelde zich geweldig door de jaren en inmiddels voel ik me een echte Udenaar.’

Het einde van Bart’s werkzame leven

Huize Sint Jan bewoner Bart Jongedijk:

‘Ik heb zeven jaar met veel plezier bij de Pingo gewerkt als assistent-bedrijfsleider, maar toen kreeg ik een aanbod van Goosens BV in Asten. Ik wist niet wat me overkwam. Mijn salaris verdubbelde en ik kreeg een auto van de zaak. Dat heb ik tot mijn 53e met plezier gedaan, al was het einde van mijn loopbaan opmerkelijk. We kwamen terug van een vakantie, toen ik werd gebeld door de vrouw van een collega: “Bart, jij wordt morgenmiddag op kantoor geroepen en wordt je ontslag aangezegd.” Aldus geschiedde. Maar ik zei: “N’est pas de problème, mesdames en messieurs. Dan ga ik de vakbond inschakelen.” Dat wilden ze niet, want er hadden in die tijd meerdere vervelende akkefietjes plaatsgevonden. Dus toen hebben ze tot mijn 65e mijn salaris doorbetaald.’
‘Ik had er totaal geen last van dat ik geen werk meer had. In tegendeel, we hebben er enorm van genoten. De eerste jaren hebben we een huisje gehuurd waar we regelmatig met alle kinderen naar toe gingen. Toen zij niet meer meegingen, hebben we een caravan met zonnepanelen gekocht. We waren één van de eersten die zonnepanelen op hun caravan hadden. Op campings hoefden we geen elektriciteit meer in te kopen. En met die caravan hebben we dertig jaar lang in Europa rondgereden. Met Pasen gingen we drie weken, eind mei gingen we zes weken en met de herfstvakantie gingen we ook nog drie weken.’

 

Tegenslagen

‘Maar we hebben ook tegenslagen gekend uiteraard. Ik heb acht operaties ondergaan en uiteindelijk is Tiny rond 2019 gaan dementeren. Dat heb ik nog lang kunnen opvangen, maar op een gegeven moment kon ik het fysiek niet meer aan. Ik ben inmiddels negentig en ik kan niets zonder mijn rollator. Dus zijn we in juli 2020 hier in Sint Jan getrokken. We zijn definitief overgegaan op een zaterdag en op zondag klaagde Tiny dat ze zich niet goed voelde. Ze was ook weer helemaal in de war. Praatte in het verleden. Ik heb er het verplegend personeel bij geroepen. Die hebben haar van de bank geholpen zodat ze met haar rollator naar de wc kon. Op de terugweg viel ze plotseling voorover en overleed ter plaatse aan een hartstilstand. Ze was eenennegentig. Het klinkt raar, maar op deze manier overlijden was een zegen voor haar en voor mij, want anders was het wellicht een lijdensweg geworden.’

Tekst loopt door onder de fotoserie

Het leven in Sint Jan

‘Inmiddels zit ik alweer een dik jaar in Sint Jan en ik moet zeggen dat het mij bijzonder goed bevalt. De faciliteiten zijn uitstekend, het eten is goed, er is een prachtige tuin bij, er wordt van alles georganiseerd, het personeel is hartstikke zorgzaam. Er gaat ook wel eens iets verkeerd natuurlijk, maar over het algemeen ben ik dik tevreden. Ik besef dat we hier met allemaal oudjes zitten die allemaal hun kwaaltjes hebben hè. En het wegvallen van mensen. Dat gebeurt hier ook met grote regelmaat en is in het begin ook vreemd. Op een gegeven moment zaten we hier te rummikuppen met z’n drieën. Komt er een vierde bij staan. We vroegen hem nog “Doe je mee?”. Hij wilde niet. Dat gebeurde tot drie, vier keer toe. Toen kwam hij ineens niet meer. Bleek hij overleden te zijn. Maar aan de andere kant moet je je ook niet vergissen. Op de afdeling wonen dames die soms wat moeilijk uit hun woorden kunnen komen. Maar met rummikub spelen ze iedereen nog van tafel. Dus dat is dan weer leuk. En dat geldt voor het geheel. Als je eenmaal gewend bent aan het ritme en het gedrag van de mensen, is dit een goede plek om je laatste jaren door te brengen.’

Lees ook: Ilse Berest. Een veelbewogen leven in vogelvlucht.

 

Draagt u de ouderen van Uden een warm hart toe en wilt u een donatie doen aan de Stichting Vrienden van Sint Jan?
Eenmalig of op reguliere basis.
Vul dan het onderstaande formulier in.

Bedrag